(Alarm)belletje: amygdala
De hersenen in een veilige situatie
(Alarm)belletje: amygdala
Dit alarmbellertje is, als je nog bij je moeder in de buik zit, rond 4 à 5 maanden in de zwangerschap, ontwikkeld en functioneel. Het belletje is vanaf dat moment voortdurend aan het werk, ook bij jou op dit moment. Het checkt alle zintuiglijke informatie die binnenkomt: wat zie je, wat hoor je, wat ruik je, wat voel je en wat proef je.
Is dat veilig, rustig en oké? Dan blijft het belletje stil. Is het niet oké of is het zelfs onveilig, bedreigend of gevaarlijk? Dan rinkelt het belletje. Door te rinkelen geeft het een waarschuwingssignaal af aan de hersenen en het lichaam, zoals een alarmbel dat doet.
Drink je bijvoorbeeld melk, dan wordt dat gecheckt door het belletje. Smaakt die melk lekker, dan blijft het belletje stil. Smaakt of ruikt het vreemd, dan rinkelt het. Je spuugt de melk uit of je drinkt de rest niet meer op. Kijk je uit het raam en zie je een vogel voorbijvliegen, dan blijft het belletje stil. Zie je iemand met een wapen staan, dan gaat het rinkelen en maak je dat je wegkomt. Bovendien slaat het belletje patronen van gevaar op. Is het een keer gaan rinkelen toen een hond jou in je gezicht beet, dan onthoudt het: hond = gevaar. In het vervolg gaat jouw alarmbelletje meteen weer rinkelen zodra je een hond ziet. Óók als die groter of kleiner is of een andere kleur heeft. Blijkbaar was een hond eerder gevaarlijk. Daarom probeert jouw belletje je in het vervolg zo snel mogelijk te waarschuwen. Dat is enkel en alleen om jou te beschermen.
Let op! Traumatische ervaringen hebben een subjectief karakter. Wat voor de één heel bedreigend voelt, hoeft niet bedreigend te voelen voor de ander.
Ordner: hippocampus
De ordner slaat informatie en herinneringen op. Zo zit er in de ordner allerlei basisinformatie: wat is een tafel, wat zijn de seizoenen, wat is een kat. Ook zit er informatie in die je heel interessant vindt: bij de een is dat bijvoorbeeld aardrijkskunde, bij de ander is dat techniek. Daarnaast worden in de ordner herinneringen opgeslagen aan allerlei ervaringen: bijvoorbeeld dat je een rode fiets kreeg voor je negende verjaardag.
Telefoon: Broca spraakcentrum
De telefoon coördineert de uitgaande spraak. Dit deel van de hersenen zorgt ervoor dat je woorden goed kunt vormen zonder bijvoorbeeld te hakkelen, stotteren, gillen of schreeuwen. Het zorgt er ook voor dat je gedachten en gevoelens kunt omzetten in woorden. Wanneer je bijvoorbeeld praat met een vriend af vriendin coördineert dit deel van de hersenen jouw spraak.
Als symbool is gekozen voor de telefoon, omdat die oorspronkelijk bedoeld is – en nog steeds vaak gebruikt wordt - om te praten met elkaar.
(Burgerlijk) Wetboek: (pre)frontale cortex
In het wetboek in de hersenen staan jóúw wetten en regels: wat jij goed vindt en wat jij slecht vindt. Oftewel: jouw normen en waarden. Net zoals het echte wetboek is dit deel van de hersenen nogal ingewikkeld. Het doet namelijk nog veel meer en heeft zo’n 24 tot 26 jaar nodig om te volgroeien.
In het wetboek in de hersenen wordt ook alles vastgelegd wat met jouw identiteit en persoonlijkheid te maken heeft: hoe wil je eruitzien, wat zijn je idealen enzovoort. Daarnaast organiseert dit deel van de hersenen de regulatie van je emoties en impulsen. Het zorgt ervoor dat je niet iedere impuls meteen uitvoert en dat je jouw emoties kunt beheersen.
Het wetboek doet nóg meer: het organiseert ook de executieve functies. Dat zijn de hersenfuncties die je nodig hebt om allerlei praktische en logistieke dingen te doen, zoals een planning maken, een taak uitvoeren, verbanden leggen, problemen oplossen, informatie filteren, aandacht vasthouden, enzovoort.
De emotie en impulsregulatie vallen onder de executieve functies maar voor de duidelijkheid worden ze in deze uitleg los van elkaar genoemd.
De hersenen in een gevaarlijke situatie
Mono trauma
Wat gebeurt er nu met deze vier delen van de hersenen wanneer er gevaar of dreiging is? Laten we eerst eens kijken wat er gebeurt wanneer je één keer iets heftigs meemaakt: enkelvoudig of mono trauma.
(Alarm)belletje: amygdala
Wanneer het alarmbelletje iets gevaarlijks ziet (een wapen), ruikt (een brand), hoort (een knal), voelt (een klap in je gezicht) of proeft (een bedorven smaak) gaat het rinkelen. Het geeft daarmee een alarmsignaal af aan de hersenen en het lichaam.
Wat gebeurt er met de andere drie delen van de hersenen wanneer het alarmbelletje rinkelt? Die slaan dicht.
Het heeft een heel goede reden dat de hersenen dit zo doen, namelijk overleven.
Blijkbaar is er iets gevaarlijks, dus het belletje gaat rinkelen. Dat zet vervolgens je automatische stress- of overlevingsreacties aan: vechten, vluchten of bevriezen. Die reacties zorgen ervoor dat je de grootste kans op overleven hebt. Dus het is héél belangrijk dat het alarmbelletje alle aandacht en energie krijgt in de hersenen op het moment van gevaar.
De ordner, de telefoon en het wetboek vergroten op dat moment de kans op overleven niet. Die delen van de hersenen gaan dan ook automatisch dicht. Dat betekent dat ze beperkt of anders dan anders functioneren.
Wanneer iemand een wapen op je richt, hoef je niks met de in jouw ordner opgeslagen informatie uit de aardrijkskundelessen. Je hebt dan ook even niets aan goed geformuleerde woorden (telefoon). En dat het niet volgens jouw normen en waarden is (wetboek), doet er eigenlijk niet toe. Wegwezen (vluchten), de dader neerslaan (vechten) of helemaal bevriezen, dát geeft de grootste kans op overleven.
Het alarmbelletje kan ook gaan rinkelen in stressvolle situaties, zoals bij een mondeling examen. Dan kunnen de ordner en telefoon ook even dichtgaan. Je eet dan even niets meer en begint b.v. te stotteren. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat het examen een traumatische ervaring is. Maar je ziet in dit voorbeeld dat het belletje ook bij stress al voor storing kan zorgen.
Ordner: hippocampus
Een dichte ordner betekent dat het in een gevaarlijke situatie heel moeilijk is om opgeslagen informatie eruit te halen, maar ook om nieuwe informatie erin te stoppen. Stel je maar eens voor dat je een nieuwe taal probeert te leren terwijl je midden in een auto-ongeluk zit. Dat lukt niet. Ook de herinnering aan wat er in die gevaarlijke situatie precies gebeurt kan moeilijk worden opgeslagen in de ordner. Die zit immers dicht.
Telefoon: Broca spraakcentrum
Een dichte telefoon zorgt ervoor dat het spraakcentrum anders functioneert. Je gaat bijvoorbeeld gillen, schreeuwen, stotteren of hakkelen. Je wordt een spraakwaterval of je kunt juist niet meer praten.
(Burgerlijk) Wetboek: (pre)frontale cortex
Een dicht wetboek betekent dat je je emoties en impulsen moeilijker kunt reguleren. Je doet even anders dan anders. Je uitvoerende functies zijn beperkt(er). Je kunt dan bijvoorbeeld de situatie niet goed overzien.
De hersenen in een gevaarlijke situatie
Chronisch trauma
Wanneer traumatische ervaringen gedurende een langere periode plaatsvinden wordt dit chronisch trauma genoemd. Wat gebeurt er dan met de vier delen van de hersenen?