https://designrr.page/?id=366545&token=1150656940&type=FP&h=8698 https://designrr.page/?id=366545&token=1150656940&type=FP&h=8698
top of page

(Alarm)belletje: amygdala




De hersenen in een veilige situatie


(Alarm)belletje: amygdala

Dit alarmbellertje is, als je nog bij je moeder in de buik zit, rond 4 à 5 maanden in de zwangerschap, ontwikkeld en functioneel.  Het belletje is vanaf dat moment voortdurend aan het werk, ook bij jou op dit moment. Het checkt alle zintuiglijke informatie die binnenkomt: wat zie je, wat hoor je, wat ruik je, wat voel je en wat proef je.

 

Is dat veilig, rustig en oké? Dan blijft het belletje stil. Is het niet oké of is het zelfs onveilig, bedreigend of gevaarlijk? Dan rinkelt het belletje. Door te rinkelen geeft het een waarschuwingssignaal af aan de hersenen en het lichaam, zoals een alarmbel dat doet.

 

Drink je bijvoorbeeld melk, dan wordt dat gecheckt door het belletje. Smaakt die melk lekker, dan blijft het belletje stil. Smaakt of ruikt het vreemd, dan rinkelt het. Je spuugt de melk uit of je drinkt de rest niet meer op. Kijk je uit het raam en zie je een vogel voorbijvliegen, dan blijft het belletje stil. Zie je iemand met een wapen staan, dan gaat het rinkelen en maak je dat je wegkomt. Bovendien slaat het belletje patronen van gevaar op. Is het een keer gaan rinkelen toen een hond jou in je gezicht beet, dan onthoudt het: hond = gevaar. In het vervolg gaat jouw alarmbelletje meteen weer rinkelen zodra je een hond ziet. Óók als die groter of kleiner is of een andere kleur heeft. Blijkbaar was een hond eerder gevaarlijk. Daarom probeert jouw belletje je in het vervolg zo snel mogelijk te waarschuwen. Dat is enkel en alleen om jou te beschermen.

 

Let op! Traumatische ervaringen hebben een subjectief karakter. Wat voor de één heel bedreigend voelt, hoeft niet bedreigend te voelen voor de ander.


 Ordner: hippocampus

De ordner slaat informatie en herinneringen op. Zo zit er in de ordner allerlei basisinformatie: wat is een tafel, wat zijn de seizoenen, wat is een kat. Ook zit er informatie in die je heel interessant vindt: bij de een is dat bijvoorbeeld aardrijkskunde, bij de ander is dat techniek. Daarnaast worden in de ordner herinneringen opgeslagen aan allerlei ervaringen: bijvoorbeeld dat je een rode fiets kreeg voor je negende verjaardag.

 

Telefoon: Broca spraakcentrum

De telefoon coördineert de uitgaande spraak. Dit deel van de hersenen zorgt ervoor dat je woorden goed kunt vormen zonder bijvoorbeeld te hakkelen, stotteren, gillen of schreeuwen. Het zorgt er ook voor dat je gedachten en gevoelens kunt omzetten in woorden. Wanneer je bijvoorbeeld praat met een vriend af vriendin coördineert dit deel van de hersenen jouw spraak.

 

Als symbool is gekozen voor de telefoon, omdat die oorspronkelijk bedoeld is – en nog steeds vaak gebruikt wordt - om te praten met elkaar.

 

(Burgerlijk) Wetboek: (pre)frontale cortex

In het wetboek in de hersenen staan jóúw wetten en regels: wat jij goed vindt en wat jij slecht vindt. Oftewel: jouw normen en waarden. Net zoals het echte wetboek is dit deel van de hersenen nogal ingewikkeld. Het doet namelijk nog veel meer en heeft zo’n 24 tot 26 jaar nodig om te volgroeien.

 

In het wetboek in de hersenen wordt ook alles vastgelegd wat met jouw identiteit en persoonlijkheid te maken heeft: hoe wil je eruitzien, wat zijn je idealen enzovoort. Daarnaast organiseert dit deel van de hersenen de regulatie van je emoties en impulsen. Het zorgt ervoor dat je niet iedere impuls meteen uitvoert en dat je jouw emoties kunt beheersen.

 

Het wetboek doet nóg meer: het organiseert ook de executieve functies. Dat zijn de hersenfuncties die je nodig hebt om allerlei praktische en logistieke dingen te doen, zoals een planning maken, een taak uitvoeren, verbanden leggen, problemen oplossen, informatie filteren, aandacht vasthouden, enzovoort.

 

De emotie en impulsregulatie vallen onder de executieve functies maar voor de duidelijkheid worden ze in deze uitleg los van elkaar genoemd.


De hersenen in een gevaarlijke situatie

Mono trauma

Wat gebeurt er nu met deze vier delen van de hersenen wanneer er gevaar of dreiging is? Laten we eerst eens kijken wat er gebeurt wanneer je één keer iets heftigs meemaakt: enkelvoudig of mono trauma.


(Alarm)belletje: amygdala

Wanneer het alarmbelletje iets gevaarlijks ziet (een wapen), ruikt (een brand), hoort (een knal), voelt (een klap in je gezicht) of proeft (een bedorven smaak) gaat het rinkelen. Het geeft daarmee een alarmsignaal af aan de hersenen en het lichaam.

 

Wat gebeurt er met de andere drie delen van de hersenen wanneer het alarmbelletje rinkelt? Die slaan dicht.

 Het heeft een heel goede reden dat de hersenen dit zo doen, namelijk overleven.

Blijkbaar is er iets gevaarlijks, dus het belletje gaat rinkelen. Dat zet vervolgens je automatische stress- of overlevingsreacties aan: vechten, vluchten of bevriezen. Die reacties zorgen ervoor dat je de grootste kans op overleven hebt. Dus het is héél belangrijk dat het alarmbelletje alle aandacht en energie krijgt in de hersenen op het moment van gevaar.

 

De ordner, de telefoon en het wetboek vergroten op dat moment de kans op overleven niet. Die delen van de hersenen gaan dan ook automatisch dicht. Dat betekent dat ze beperkt of anders dan anders functioneren. 

Wanneer iemand een wapen op je richt, hoef je niks met de in jouw ordner opgeslagen informatie uit de aardrijkskundelessen. Je hebt dan ook even niets aan goed geformuleerde woorden (telefoon). En dat het niet volgens jouw normen en waarden is (wetboek), doet er eigenlijk niet toe. Wegwezen (vluchten), de dader neerslaan (vechten) of helemaal bevriezen, dát geeft de grootste kans op overleven.

 

Het alarmbelletje kan ook gaan rinkelen in stressvolle situaties, zoals bij een mondeling examen. Dan kunnen de ordner en telefoon ook even dichtgaan. Je eet dan even niets meer en begint b.v. te stotteren. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat het examen een traumatische ervaring is. Maar je ziet in dit voorbeeld dat het belletje ook bij stress al voor storing kan zorgen.


Ordner: hippocampus

Een dichte ordner betekent dat het in een gevaarlijke situatie heel moeilijk is om opgeslagen informatie eruit te halen, maar ook om nieuwe informatie erin te stoppen. Stel je maar eens voor dat je een nieuwe taal probeert te leren terwijl je midden in een auto-ongeluk zit. Dat lukt niet. Ook de herinnering aan wat er in die gevaarlijke situatie precies gebeurt kan moeilijk worden opgeslagen in de ordner. Die zit immers dicht.

 

Telefoon: Broca spraakcentrum

Een dichte telefoon zorgt ervoor dat het spraakcentrum anders functioneert. Je gaat bijvoorbeeld gillen, schreeuwen, stotteren of hakkelen. Je wordt een spraakwaterval of je kunt juist niet meer praten.

 

(Burgerlijk) Wetboek: (pre)frontale cortex

Een dicht wetboek betekent dat je je emoties en impulsen moeilijker kunt reguleren. Je doet even anders dan anders. Je uitvoerende functies zijn beperkt(er). Je kunt dan bijvoorbeeld de situatie niet goed overzien.

 

 De hersenen in een gevaarlijke situatie

Chronisch trauma

Wanneer traumatische ervaringen gedurende een langere periode plaatsvinden wordt dit chronisch trauma genoemd. Wat gebeurt er dan met de vier delen van de hersenen?









 

Chronisch traumatische ervaringen die al in de vroege kinderjaren plaatsvinden worden ook wel complex trauma genoemd. Complex trauma heeft vaak een complexe uitwerking op de ontwikkeling van de hersenen en de persoonlijkheid.


(Alarm)belletje: amygdala

Soms houdt het gevaar een langere periode aan, bv. Bij pesten, huiselijk geweld, seksueel misbruik, verwaarlozing of oorlog. Het alarmbelletje blijft dan rinkelen omdat het gevaar regelmatig of zelfs voortdurend aanwezig is. Op die manier zet het belletje jouw overlevingsreacties aan: vechten, vluchten of bevriezen. Zo probeert het je de grootste kans op overleven te geven die chronisch gevaarlijke situatie. De hersenen en het lichaam staan daardoor steeds in een overlevingsstand.

 

Tegelijkertijd zorgt het continue rinkelende alarmbelletje ervoor dat de andere drie delen van de hersenen dicht blijven. Dit kan een schadelijke uitwerking hebben op de ontwikkeling en de werking van de ordner, de telefoon en het wetboek (hypocampus, Broca spraakcentrum, (pre)frontale cortex)

 

Een voortdurend rinkelend alarmbelletje wordt ook wel toxische stress genoemd. Zo’n continu rinkelend belletje kan een vergiftigende werking hebben op de ontwikkeling en het functioneren van de hersenen, het lichaam en de persoonlijkheid.

 

Ordner: hippocampus

Wanneer een ordner langere tijd dicht zit, kan je geheugen zich gebrekkig ontwikkelen of beperkter gaan functioneren. Je kunt dan minder goed informatie en herinneringen opslaan en die ook minder goed terughalen.

 

Telefoon: Broca spraakcentrum

Wanneer de telefoon langere tijd dicht zit, kan dat gevolgen hebben voor je uitgaande spraak. De ontwikkeling van de spraak-en uitdrukkingsvaardigheden kan beperkt worden of langzamer verlopen. Daardoor kun je bijvoorbeeld gaan stotteren of kom je niet goed uit je woorden. Een voor langere tijd dichte telefoon kan dus de ontwikkeling van jouw taal of spraak (ernstig) verstoren.

 

Niet iedereen die stottert of spraakproblemen heeft is getraumatiseerd. Het komt wél vaker voor dat getraumatiseerde kinderen, jongeren en volwassenen problemen hebben met hun spraak als gevolg van het rinkelende belletje en de dichte telefoon.

 

 (Burgerlijk) Wetboek: (pre)frontale cortex

 

Wanneer het wetboek langere tijd dicht zit, kan dit gevolgen hebben voor de ontwikkeling van je executieve functies. Dat uit zich bijvoorbeeld in concentratieproblemen, moeite met informatie filteren, problemen oplossen en verbanden leggen. Ook de impuls- en emotieregulatie is gering(er). Daarnaast kan de ontwikkeling van je identiteit anders, langzamer of beperkter verlopen. Daardoor ben je bijvoorbeeld makkelijker beïnvloedbaar.

 

  Herken je bij jezelf wat het alarmbelletje, ordner, telefoon of wetboek met je doet in welke situatie?

 

Gefragmenteerde herinnering

Het alarmbelletje rinkelt dus bij gevaar. Het registreert en scant - ook wanneer het rinkelt - nog steeds zintuiglijke informatie: wat zie je, wat hoor je, wat ruik je, wat voel je of wat proef je. Tegelijkertijd gaat de ordner dicht. Daardoor kan er op dat moment geen nieuwe, volledige herinnering worden opgeslagen. Hoe wordt de herinnering dan wél opgeslagen?

 

Puzzelstukjes: fragmenten van een traumatische ervaring

De herinnering aan een traumatische ervaring wordt in fragmenten opgeslagen: losse puzzelstukjes. Deze fragmenten zijn stukjes zintuiglijke informatie die het rinkelende belletje heeft geregistreerd. Omdat de ordner dicht zit zwerven die puzzelstukjes rond in de hersenen. Deze puzzelstukjes komen in het onbewuste, non-verbale deel van de hersenen terecht. Dit betekent dat je je vaak niet bewust bent van jouw puzzelstukjes.

Daardoor kun je die dus ook niet zomaar zelf benoemen, verklaren of veranderen.


Puzzelstukjes: triggers

En die puzzelstukjes, dat zijn triggers! Het rinkelende belletje is als het ware gekoppeld aan een specifiek puzzelstukje. Als er later iets lijkt op zo’n puzzelstukje gaat het alarmbelletje meteen weer rinkelen. Op dat moment sluiten de andere delen van de hersenen zich en worden de automatische overlevingsreacties aangezet, óók als je eigenlijk in veiligheid bent. Kom je bijvoorbeeld uit een oorlogssituatie en registreert jouw belletje jaren later een knal, dan gaat het rinkelen. Het maakt dan niet uit of die knal zachter, anders of verder weg is dan tijdens de traumatische ervaring.

 

Je zou dus kunnen zeggen dat deze puzzelstukjes de prijs zijn die je betaalt voor een goed werkend overlevingssysteem. Het rinkelende belletje zorgt er namelijk voor dat je traumatische ervaringen kunt overleven doordat het vechten, vluchten of bevriezen activeert. Het vervelende hiervan is dat er losse puzzelstukjes in je hersenen terechtkomen. Die kunnen in het hier en nu, ook wanneer je weer veilig bent, jouw alarmbelletje opnieuw aanzetten.


Puzzelstukjes: neutrale triggers

Let op! Zo'n puzzelstukje kan ook iets neutraals zijn. Als het belletje eenmaal rinkelt, maakt het eigenlijk geen onderscheid meer tussen gevaarlijke of niet- gevaarlijke zintuiglijke informatie. Zo kan ook neutrale informatie gekoppeld worden aan een rinkelend belletje. Rinkelt het belletje bijvoorbeeld tijdens een brand en fluit er op dat moment ook een vogel in de omgeving? Dan kan het geluid van de vogel worden opgeslagen als puzzelstukje, dat weer getriggerd kan worden op een later, veilig moment.

 

Herken je bij jezelf één of meerdere puzzelstukje?

 

 Automatische overlevingsreacties

Eerder werden er drie automatische stress- of overlevings- reacties genoemd: vechten, vluchten en bevriezen. Wanneer het alarmbelletje rinkelt worden automatisch één of meerdere van deze reacties geactiveerd. Dit gebeurt onbewust. De hersenen en het lichaam kiezen per situatie de voor jou beste overlevingsstrategie. Dat kan de ene keer vluchten zijn en de andere keer vechten of bevriezen.

 

Maar wist je dat er nóg een automatische overlevingsreactie is? Deze reactie wordt vaak als eerste in werking gezet, nog vóór vechten, vluchten en bevriezen.


Babypop: sociale verbinding

Wanneer het alarmbelletje rinkelt, is de eerste automatische overlevingsreactie het aangaan of zoeken van sociale verbinding, interactie of hulp. Als je in gevaar bent zoek je bijvoorbeeld oogcontact met mensen in de buurt. Je roept om hulp. Of je pakt iemand vast wanneer je schrikt. Hierdoor stopt hopelijk het gevaar, je wordt geholpen of gekalmeerd.

 

Sociale verbinding:

-  Iemand vastpakken

-  Dichtbij iemand gaan staan

-  Om hulp vragen

-  Oogcontact zoeken

 

De babypop staat symbool voor sociale verbinding omdat de behoefte daaraan al in ons zit van baby af aan. Sterker nog, de mens heeft verbinding net zozeer nodig als zuurstof, eten en drinken. Juist die sociale verbinding wordt als eerste overlevingsmechanisme ingezet op het moment van gevaar, bij jong en oud.

 

Hardloopschoen: vluchten

Als er geen sociale verbinding is, het gevaar niet ophoudt of het gevaar te groot is, wordt een volgende automatische overlevingsreactie in gang gezet. Vaak is dat vluchten. De hardloopschoen betekent dat je wėg probeert te komen van het gevaar. Als je weet weg te komen is het gevaar namelijk voorbij.

Vluchten:

-        Weglopen, wegrennen, wegrijden

-        Op het dak van de school gaan zitten

-        Onder de tafel of achter het gordijn gaan zitten

-        Wegkijken, capuchon over het hoofd

-        Ergens niet aan beginnen of meedoen


Bij een vluchtreactie komt er zoveel energie vrij in je lichaam dat mensen in gevaar soms wel kilometers kunnen blijven rennen.


Bokshandschoen: vechten

Is sociale verbinding, of vluchten niet mogelijk? Of geeft het niet de grootste kans op overleven? Dan kan het zijn dat je systeem automatisch voor vechten kiest. Dit betekent dat je vecht en je verzet tegen dat wat gevaarlijk is om de onveilige situatie te stoppen.

 

Vechten:

-        Slaan, schoppen

-        Dingen kapot maken, met iets gooien

-        Zweten, spieren aanspannen

-        Harder praten, schelden

-        Onrustig worden

 

Bij deze reactie komt ontzettend veel energie vrij, net als bij vluchten. Daardoor kun je bijvoorbeeld als 14-jarig meisje een volwassen man omverslaan die probeert jou van je fiets te trekken.


Traumatische tang: bevriezen

In de hiervoor genoemde overlevingsreacties is sprake van hyper-arousal. Je spieren zijn aangespannen, er is extra zuurstof in het bloed, de hartslag en ademhaling gaan omhoog en stresshornonen komen vrij. Je hele systeem is klaar voor actie. Er zijn echter situaties waarin geen hulp is, vluchten of vechten niet mogelijk is of niet de grootste kans op overleven geeft. Dan zit je vast in de traumatische tang. Je kunt geen kant meer op, terwijl het gevaar wél doorgaat.

Dit wordt ook wel actief bevriezen genoemd. Doordat alle spieren zó maximaal zijn aangespannen kun je je niet meer bewegen, je zit bewegingloos, bent verstijfd of staat te trillen.

 

Om te voorkomen dat in deze situatie "jouw motor oververhit raakt' brengt je systeem vervolgens automatisch die heel hoge energie helemaal naar beneden: hypo-arousal, Dit wordt ook wel passief bevriezen genoemd. Je hersenen en lichaam proberen de gevaarlijke situatie zo goed mogelijk te doorstaan door jou er zo min mogelijk bewust van mee te laten maken. Je spieren verslappen. Je hartslag gaat omlaag. Je staart voor je uit, je bent er niet meer echt bij of valt flauw. Fysiek worden stofjes aangemaakt die de pijn verdoven. Ook emotioneel raak je verdoofd, zodat je niet helemaal bewust meemaakt wat voor verschrikkelijks er gebeurt.

 

Bevriezen:

-        Afwezig zijn

-        Moeite met contact maken

-        In een eigen wereld leven

-        Verstijven, niet kunnen bewegen

 

Fysiek en/of emotioneel verdoofd zijn wordt dissociatie genoemd. Dissociatie betekent loskoppeling van het bewustzijn.

 

 Herken je bij jezelf één of meerdere van deze automatische overlevingsreactie?


 In de praktijk

Je mag erop vertrouwen dat jouw hersenen en lichaam in iedere gevaarlijke situatie die strategie inzetten met de grootste kans op overleven. In een split second kan je systeem kiezen voor vluchten of vechten. Maar het kan ook in een fractie van een seconde overgaan tot bevriezen. Je valt dan bijvoorbeeld flauw. Dit systeem werkt goed en zorgt ervoor dat je bedreigende ervaringen kunt overleven.

 

Maar, tijdens traumatische ervaringen worden puzzelstukjes opgeslagen. Dat maakt dat je later getriggerd kunt worden. Er is maar één trigger nodig om het alarmbelletje weer te laten rinkelen, ook als de situatie op dat moment veilig is en je misschien wel jaren verder bent. En zodra het alarmbelletje rinkelt, worden meteen weer de automatische overlevingsreacties in werking gezet. Dit overkomt je. Je hebt daar zelf weinig tot geen controle over. Sterker nog, vaak ben je je er niet eens van bewust hoe en waarom iets gebeurt.

 

Let op! Dit zijn normale reacties van het lichaam en de hersenen op abnormale gebeurtenissen, namelijk de traumatische ervaringen. Het is niét normaal om gepest te worden, het is níét normaal om verkracht te worden en het is niét normaal om een oorlog mee te naken. En - heel belangrijk! - het is ook niét jouw schuld dat dit gebeurd is.

 

De reacties van je lichaam en je hersenen tijdens en na traumatische ervaringen zijn wėl normaal. Je hebt een heel gezond lijf en een heel gezond stel hersenen, die alles op alles hebben gezet om jou te laten overleven.

 

Er worden wel eens verkeerde diagnoses gesteld bij getraumatiseerde mensen. Wanneer zonder traumabril gekeken wordt naar bepaald gedrag zou je kunnen denken dat iemand OOD, ADHD of een vorm van autisme heeft. Met de traumabril op herken je echter een rinkelend alarmbelletje en overlevingsreactie.

 

Oppositioneel-opstandige stoornis (OOD) is een gedragsstoornis die gekenmerkt wordt door een frequent en voortdurend patroon van woede, irritatie, en opstandig gedrag. Kinderen met OOD vertonen niet zomaar af en toe tegendraads gedrag, wat normaal kan zijn voor veel kinderen, maar hun gedrag is intenser en komt vaker voor.

Enkele kenmerken van OOD zijn:

-        Vaak ruzie maken met volwassenen, met name met degenen in autoriteitsposities.

-        Een weigering om zich te voegen naar regels of het opzettelijk trotseren van regels en instructies.

-        Anderen bewust irriteren en provoceren.

-        Snel geïrriteerd of geagiteerd raken.

-        Wraakzuchtig gedrag vertonen, soms in de vorm van afgunstige of hatelijke reacties.

 

Het is cruciaal om te begrijpen dat kinderen met OOD hun gedrag niet alleen richten op hun ouders, maar ook op andere autoriteitsfiguren, zoals leraren, coaches en zelfs leeftijdsgenoten die ze als autoritair beschouwen. Om verwarring of overschatting van normaal kinderlijk gedrag te vermijden, is het belangrijk te benadrukken dat OOD een consistente en chronische stoornis is. Het is niet hetzelfde als de tijdelijke opstandigheid die veel kinderen kunnen vertonen tijdens bepaalde ontwikkelingsfasen. Het onderkennen van de symptomen en het zoeken naar professionele hulp kan essentieel zijn voor zowel het kind als het gezin om effectieve ondersteuning en interventies te ontvangen.

 

 

De afkorting ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Dit betekent een stoornis waarbij iemand aandachtsproblemen heeft en hyperactief is.


-        Aandachtsproblemen: Mensen met ADHD hebben moeite zich te concentreren en zijn snel afgeleid.

-        Hyperactief: Ze zijn druk en onrustig.

-        Impulsief: Ze handelen vaak spontaan, zonder daar vooraf bij stil te staan.

 

Als iemand ADHD heeft, kan het gedrag zorgen voor problemen op school, werk of met vrienden en familie. Om te spreken van ADHD moeten het gedrag minimaal een half jaar aanwezig zijn en al begonnen zijn voordat iemand 12 jaar is.

 

Er bestaat geen bio marker voor Autisme, zoals een bloed- of DNA-test. De diagnose wordt gesteld door een psychiater of een gz-psycholoog aan de hand van een aantal gedragskenmerken. Iedere persoon met autisme is anders. Kenmerken die vaak in verband worden gebracht met autisme zijn:

 

-        Problemen op sociaal gebied/minder goed ontwikkelde sociale intuïtie

-        Moeite met (onverwachte) verandering

-        Dingen heel letterlijk nemen

-        Eerlijk en recht door zee

-        Uitstekende detailwaarneming

-        Goed in analyseren

-        Niet graag over koetjes en kalfjes praten

-        Goed in het herkennen van patronen

-        Moeite met het bewaren van overzicht

-        Loyaal

-        Buiten vaste kaders kunnen denken

-        Perfectionistisch

-        (Ogenschijnlijk) geen interesse voor anderen tonen

-        Nauwkeurig

-        Over- of juist ongevoelig voor zintuiglijke prikkels

-        Heel intensief bezig zijn met een beperkt aantal onderwerpen

-        Hyperfocus

-        Talent voor specialisatie

-        Voorkeur voor een op een-contact

-        Tragere informatieverwerking

 

Autismekenmerken komen bij alle mensen in meer of mindere mate voor. Zo vinden veel mensen het prettig om vaste routines aan te houden of om zich langere tijd intensief met één onderwerp bezig te houden. Ook problemen op sociaal gebied zijn veel mensen niet vreemd. Een diagnose autisme krijg je pas als deze kenmerken zorgen voor serieuze lijdensdruk of voor grote problemen op levensgebieden als werk, vrije tijd en relaties.

 

Herken je bepaalde alarmbelletjes in deze beschrijvingen?

 

Trauma sensitieve ondersteuning

Er zijn veel mogelijkheden om trauma sensitieve ondersteuning te geven. Het gaat erom dat het alarmbelletje ophoudt met rinkelen. Pas dan is het voor de hersenen en het lichaam weer veilig. En alleen in veiligheid kun je je goed ontwikkelen. Dan gaan de ordner, de telefoon en het wetboek weer open.

 

Allereerst zorgt kennis en inzicht op het gebied van trauma ervoor dat je de storende werking van het rinkelende alarmbelletje kunt (h)erkennen. Het stelt je bovendien in staat om hierover uitleg te geven aan je omgeving, getraumatiseerde kinderen, jongeren of volwassenen. Daardoor kunnen zij jou of jij jezelf beter gaan begrijpen.

 

Als jij of iemand anders veilig, rustig en betrouwbaar is, bied je in feite sociale verbinding. Door er met oprechte aandacht en betrokkenheid voor iemand te zijn, door tijd te maken en rustig te blijven, ga je de verbinding aan. Die verbinding is cruciaal en kan het alarmbelletje tot rust brengen. Is iemand in paniek, houd dan een rustige blik in je ogen en maak rustige gebaren. Praat met een rustige stem. Grote kans dat het belletje daar meteen goed op reageert.

 

Misschien lukt het je ook om triggers te identificeren: de puzzelstukjes. Daar kun je dan proberen rekening mee te houden, zodat het alarmbelletje niet continu rinkelt.

 

Er zijn kinderen, jongeren en volwassenen bij wie het belletje chronisch heeft gerinkeld of bij wie het belletje nog steeds rinkelt. Dan is er vaak naast trauma sensitieve ondersteuning ook traumabehandeling nodig om het alarmbelletje te helpen weer tot rust te komen. In traumabehandeling worden de puzzelstukjes in de juiste puzzel gelegd. De gelegde puzzel wordt vervolgens opgeslagen in de ordner. Zo zwerven er geen losse puzzelstukjes meer rand en word je niet meer getriggerd.

 

Let op! Hoe chronischer de traumatische ervaringen en hoe jonger je bent wanneer die beginnen, hoe intensiever de behandeling. Het gaat dan niet alleen om het leggen van de puzzels van veel verschillende traumatische ervaringen. Het is dan oók heel belangrijk dat in de behandeling aandacht is voor de mogelijke gevolgen van het chronisch trauma voor je persoonlijkheid en je lichaam.

 

Samen zingen, ritmisch bewegen, kunst of muziek maken kan bijdragen aan je weer veilig gaan voelen.

 

Bron: Wanneer de (alarm)bel weer rinkelt. Psycho-educatie aan de hand van symbolen.


bottom of page